Meningsvorming is de grondslag van besluitvorming. In hoofdstuk 16 Van Meningsuiting naar Commucratie is daar het nodige over gezegd dat hier kort wordt samengevat.

Men dient informatie tot zich te nemen, en daar een mening over te vormen. In de eerste plaats besluiten of de weergave van feiten waar of onwaar (misschien beter: waarschijnlijk of onwaarschijnlijk) is en daarna of men een daaraan gekoppeld voorstel zinvol vindt of niet. Als die twee fasen positief doorlopen zijn (de feiten kloppen en het voorstel is zinvol) kan men dat voorstel steunen. Als Tweede Kamerlid door “voor” te stemmen en als gewone burger door te stemmen op een partij die het meest positief beoordeelde plan (verzameling van voorstellen) heeft. Dat is de theorie.

Daar liggen een aantal belangrijke vooronderstellingen aan ten grondslag waar helaas niet aan voldaan wordt:

  • Om te beginnen dat alle relevante voorstellen hun beoogde publiek bereiken zodat dat daarover kan oordelen.
  • Als tweede de vraag of die voorstellen zodanig gepresenteerd worden dat daar goed kennis van kan worden genomen.
  • In de derde plaats of de geadresseerde voldoende capaciteiten heeft om het voorstel te begrijpen.

Het gaat om selectie, zodanig dat uiteindelijk alleen relevante voorstellen een relevant publiek bereiken dat daar dan een besluit over kan nemen. Zo’n eindbesluit met wetgevende kracht is niet meer dan een laatste selectie in een keten van selecties. Dat er in de ketens die naar de huidige besluitvorming leiden veel fouten zitten is in het eerder genoemde hoofdstuk duidelijk geworden. En dat die ketens democratisch gebrekkig functioneren.

We hanteren hier een andere opvatting van democratie dan de one man, one vote opvatting die ook ten grondslag ligt aan ons huidige parlementaire systeem. Een democratisch systeem wordt hier gedacht als een systeem waarin de kans dat ware informatie en daaraan gekoppelde goede voorstellen een maximale kans krijgen op uitvoering. “Waar” en “goed” zijn daarbij normatief, dat wil zeggen aan het oordeel van de ontvanger van de informatie onderhevig. Democratie kan daarom alleen werken als de zender en ontvanger voldoende elkaars taal spreken, elkaar kunnen begrijpen, met andere woorden: kunnen communiceren. Dit betekent dat democratie alleen kan werken binnen een populatie die aan die voorwaarde voldoet. Of, iets ruimer, deze vorm van democratie zal beter werken als de populatie (cultureel) homogener is.

In principe biedt het internet, en elektronische communicatie in het algemeen, unieke kansen om meningen te delen en te selecteren in plaats van te consumeren. Het is eenvoudig mogelijk om te reageren en daardoor in debat te gaan. Stemmen op meningen, artikelen, reacties, of andere inhoud is ook makkelijk te realiseren en op veel plaatsen mogelijk. Met de likes van Facebook als bekendste voorbeeld. Ook de mate waarin een bepaalde inhoud gedeeld en bezocht wordt levert een score op die relevant kan zijn. Op veel plaatsen zijn er mogelijkheden voor, maar de wijze waarop die gerealiseerd en gebruikt worden laat veel te wensen over. Het verwondert dan ook niet dat deze mogelijkheden de toestand nog niet verbeterd en in sommige opzichten zelfs verslechterd hebben.

Twee belangrijke elementen ontbreken. In de eerste plaats is er geen duidelijke scheiding tussen “politiek relevante” inhoud en cultuur, amusement, nieuws, roddel en dergelijke. Slechts hier en daar wordt met een indeling gewerkt, maar daarbij kunnen zaken die niet onder “politiek” staan soms heel relevant zijn. Het gevolg is dat als we naar de meest bekeken of gelikete items zoeken, we meestal uitkomen bij schattige baby’s en poesjes.

In de tweede plaats zijn acties nu “gratis” In principe kan iedereen onbeperkt stukken en comments schrijven en likes uitdelen. Het moet wat kosten om een bijdrage te plaatsen, te reageren en te stemmen. Er moet door instemming verdiend kunnen worden en door afwijzing verloren. Het feit dat dit nu allemaal gratis is maakt een mening “niets waard”. Iedereen heeft schijnbaar onbeperkte mogelijkheden en hoeft niet werkelijk te kiezen.

Het lijkt mogelijk een platform te creëren dat bijeenbrengt en niet versplintert. Als naam voor zo’n systeem wordt “Radiant” voorgesteld, ontleend aan het boek Second Foundation van Isaac Asimov (1953) waaruit het onderstaande citaat.

De voorwaarden waaraan een dergelijk systeem moet voldoen:

  • Het dient in de eerste plaats gebruikt te worden door leden – mensen die op een of andere manier daarvoor in aanmerking komen en zijn toegelaten – waarvan men mag aannemen dat zij een aantal doelen en waarden delen en elkaar kunnen begrijpen. Denk aan de abonnees van een krant, de leden van een politieke partij of de werknemersvan een bedrijf. Pas later zal toepassing in meer algemene zin, bijvoorbeeld voor burgers van een samenleving, mogelijk worden.
  • Vrijwel alle activiteiten van een deelnemer binnen het systeem dienen iets te kosten. Stemmen, een commentaar schrijven of een eerste bijdrage. Dat kan met een puntensysteem, of in echt geld. De nodige middelen kunnen verworven worden door een combinatie van aankoop, een vaste uitkering per tijdseenheid en door verdiensten (ad 3).
  • De activiteiten, bijdragen en beoordelingen, dienen de deelnemer ook iets op te leveren. Positieve waardering geeft niet alleen meer middelen ter beschikking, maar verhoogt ook de reputatie met daarbij behorende rechten en invloed. Uiteraard kost afwijzing reputatie.
  • Om te voorkomen dat mensen en bijdragen zonder nog activiteit te ontplooien boven blijven, kunnen slijtagemechanismen worden ingebouwd waarbij punten/geld en reputatie per tijdseenheid verminderen.
  • Bij invoering dient verschil in uitgangspositie van de deelnemers gerespecteerd te worden. Door invoering van een radiant voor de discussie in een politieke partij dient niet opeens ieder lid even veel mogelijkheden te krijgen als het zittende bestuur.
  • Door het maken van tests (examens) kan men direct een hogere reputatie verkrijgen en zo toegang tot hogere niveaus.
  • Belangrijk voor de deelname is pseudonimiteit. Men wordt beoordeeld op bijdragen en niet op wie of wat men verder is. Vriendjespolitiek moet zoveel mogelijk worden uitgesloten. Ook tussen pseudoniemen zijn kongsi’s (vals spel) mogelijk en dat moet zoveel mogelijk worden tegengegaan.
  • Er dient een aparte procedure te zijn waarmee uitkomsten, de resultaten van de meningswisseling, worden vastgelegd in besluiten, dat wil zeggen bindend worden verklaard voor alle deelnemers. Het is essentieel om een onderscheid aan te brengen tussen een vastgestelde tekst en de discussie die daarin verandering of aanvulling wil brengen.

Het is een systeem van zelfmoderatie of zelfredactie: de deelnemers krijgen de mogelijkheid om bijdragen te waarderen, te becommentariëren en wijzigingen voor te stellen, zij het dat niet iedere deelnemer dezelfde mogelijkheden heeft. Het resultaat wordt daarmee een collectief werkstuk. Zo’n proces zou uiteindelijk gaan lijken op een bewustzijn. Door het kosten en beloningsmechanisme moeten goede ideeën in het centrum van de aandacht komen en blijven, en slechte op een zijspoor belanden (waar ze misschien ooit weer gevonden kunnen worden). Technisch is dat niet bijzonder ingewikkeld. Met een aantal modificaties zou een forum- of blog- systeem zoals er vele zijn al een bruikbaar uitgangspunt opleveren. Een eerste formele beschrijving van de Radiant is te vinden in Radiant~uitwerking (Engels)

Als gezegd zal een dergelijk gereedschap vooral goed werken voor een gemeenschap die de onderlinge discussie aangaat met een gezamenlijk doel. Een allesomvattende “Prime Radiant” zal er niet snel komen, maar dat hoeft ook niet. Om de gedachte te bepalen: een Radiant kan gebruikt worden voor het tot stand brengen en onderhouden van het programma van een politieke partij door de leden. Er is een vigerend programma. Er is een permanente mogelijkheid daar voorstellen voor te maken, daarover te discussiëren en die bijdragen te waarderen. Op gezette tijden wordt over de meest gewaardeerde voorstellen gestemd. De aangenomen wijzigingen vervangen de betreffende punten in het programma. In een heel ander voorbeeld zou de radiant als hulpmiddel voor het bijhouden van een stelsel van normbehandelingen voor artsen kunnen dienen. Nog een andere toepassing zou het opstellen en wijzigen van wetten kunnen zijn.

“Dit is de Primaire Radiant”. De Eerste Spreker bewoog zijn hand zachtjes over de zwart-glimmende kubus midden op het bureau. Er was verder niets te zien. … Na enige tijd werd een woud van formules in zwart, met af en toe een dun rood lijntje als een opvallend stroompje daardoorheen, weergegeven op de wanden.”Voordat je Sprekerschap bereikt”, vervolgde de Eerste Spreker, “zul je zelf een bijdrage aan het Plan moeten leveren.” … “Dit”, zei hij, “is de mijne”. De hele wand scheen om hem heen te dwarrelen. Een dunne rode lijn omcirkelde twee uiteenlopende pijlen en daarbij een flink aantal formules. Daartussen een serie vergelijkingen in rood. … “Het lijkt niet veel bijzonders.” zei de Eerste Spreker

… “Hoe worden veranderingen aangebracht?” – “Met behulp van de Radiant. Je zult merken … dat je formules nauwgezet worden gecontroleerd door vijf verschillende commissies; en je zal je bijdrage moeten verdedigen tegen voortdurende en genadeloze aanvallen. … Als hij die doorstaat zal je bijdrage aan het Plan worden toegevoegd.

#     De Radiant wordt op je geest afgesteld. Alle correcties en toevoegingen kunnen door gedachten worden overgebracht. … Het zal niet te zien zijn dat correcties en toevoegingen van jou zijn. In de hele geschiedenis van het Plan is er geen auteur bekend. Het is een creatie van ons allen. ‘

Uit: Isaac Asimov, Second Foundation, US 1953 (vertaling/samenvatting: VO).

Er zijn vele communicaties op het internet en daarbuiten waar verder niets mis mee is. Iemand zoekt een oplossing voor een vastgelopen computer. En vindt die ook. Of bediscussieert een moeilijk op te lossen puzzel. Of chat eens wat. Dat is allemaal prima. Het gaat hier om meningen die er toe zouden moeten doen.
Het concept van de Radiant heeft ook een centralistische tendens. Men kan zich een radiant voorstellen als besluitvormingsmechanisme van een regering. Dat is ook de bedoeling. Maar uiteindelijk blijft het “de mens”, in zijn hoedanigheid als sociale organisatie, die de waarden bepaalt waarlangs gemeten en waarmee besloten wordt. Het is goed voorstelbaar dat, als die waarden duidelijk genoeg in het systeem zijn ingebracht het daaraan uitvoering geven wel door een superieure intelligentie zal worden overgenomen. Misschien, maar daarover is het laatste woord nog lang niet gezegd, kan er sprake zijn van Singuliere Radiant.